In juli en augustus 2002 bracht de familie De Rycke - Sapalo haar vakantie door bij de familie te Kolwezi. Het was geleden sinds 1995 dat ze Congo bezochten. En hoewel het in 1995 (onder president Mobutu) heel slecht ging, was de verbijstering groot toen ze zagen dat de situatie in 2002 er nog veel verder was op achteruit gegaan.

De mooie stad Kolwezi, die ooit de parel van Katanga werd genoemd, lag volledig lam.

De situatie in Kolwezi in 2002 was dramatisch
Kolwezi en zijn inwoners danken hun rijkdom aan de koper- en kobaltmijnen, maar deze werden omwille van nationale en internationale redenen niet meer geŽxploiteerd.

Meer dan 10.000 families die hun inkomen volledig aan hun werk in de mijnen te danken hadden,waren zonder werk en zonder inkomen gevallen.
Van de duizenden blanken die er werkten, bleef er een paar dozijn hangen, de rest vertrok naar andere steden of landen.

Midden 2005 was de situatie nog niet verbeterd. De grote staatsonderneming, de Gecamines, draaide nog steeds niet, en zal waarschijnlijk wel nooit meer draaien zoals dit vroeger het geval was. Steeds meer buitenlandse multinationals kwamen deeltjes van de Gecamines wegsnoepen. Beterschap voor de lokale bevolking Kwam er niet. In de praktijk zag je weinig vooruitgang in de heropbouw van Kolwezi.

De burgeroorlog is schijnbaar achter de rug of toch minder hevig, maar de regering heeft nog steeds geen geld om de basisgezondheidszorg, het onderwijs, het wegennet en de vele andere taken die een overheid op zich dient te nemen te verzekeren. De streek van Kolwezi is weliswaar gespaard gebleven van oorlogsgeweld, maar dit belet niet dat de situatie ook daar er zienderogen op achteruit is gegaan.

(Ondertussen is de situatie wel iets verbeterd, maar niet iedereen kan reeds profiteren van die vooruitgang.)

 

Ons verblijf
In 2002, tijdens onze vakantie, hadden Thomas, Dolfien en Bart (dan tussen 7 en 11 jaar) papier en kleurpotloden meegenomen om te kunnen tekenen. De belangstelling bij de kinderen ter plaatse, toen ze onze kinderen zagen tekenen en schrijven, was groot.

Toen we die kinderen vroegen of ze nooit tekenden, thuis of op school, was het antwoord: neen. Thuis is er voor papier en tekengerief geen geld, en in de meeste gevallen ook niet voor de school zelf. Het merendeel van de aangesproken kinderen ging gewoon niet meer naar school. De jongsten waren er zelfs nog nooit naartoe geweest.

Deze situatie is na de reis blijven hangen in ons hoofd. Ook het gebrek aan geneeskundige verzorging heeft op ons een blijvende indruk gemaakt.

 

Terug thuis
Terug thuis werd de situatie in Kolwezi besproken met vrienden en kennissen. De vraag van "wat kunnen wij doen om te helpen" werd regelmatig gesteld.

Zo zijn we beginnen nadenken over wat in onze mogelijkheden lag.

De eerste vraag van de mensen in Kolwezi betrof hun gezondheid. De meesten hebben nog de tijd gekend dat de ziekenhuizen van de Gecamines even goed uitgerust waren als de ziekenhuizen van bij ons. Het waren moderne, ruime ziekenhuizen met veel (weliswaar vooral blanke) dokters. Gezondheidszorg was gratis voor de eigen werknemers en betaalbaar voor de anderen. Nu staan die ziekenhuizen er troosteloos bij. Ze worden wel nog gebruikt als ziekenhuis, maar het ontbreekt er aan alles. Zelfs dokters.

Zelf een ziekenhuis (of dispensarium) starten, leek ons zeer moeilijk, hoewel de mensen in Kolwezi er zeker recht op hebben. Maar om als kleine groep leken zoiets uit de grond te stampen in Kolwezi? Dit is niet erg realistisch. Veel te duur en veel te moeilijk om de werking onder controle te houden. We kunnen in ons eentje geen ziekenhuis voor een stad van meer dan 100.000 inwoners bekostigen en van materiaal voorzien. Daarvoor zijn er organisaties als Memisa en Artsen Zonder Grenzen.

Een bijdrage in het onderwijs leek ons wel een doenbare zaak. Iedereen die mee aan tafel zat (iedereen heeft zelf kinderen), zag het belang in van onderwijs. Hoe zouden wij ons voelen als we onze kinderen door gebrek aan geld zelfs geen basisopleiding als lezen, schrijven en rekenen konden geven? Welke toekomst zouden we onze kinderen kunnen geven?

Dit moest voor ons haalbaar zijn: een schooltje bouwen en het personeel betalen, materiaal verzamelen en opsturen, zodat kinderen gratis lager onderwijs kunnen volgen. Heel wat realistischer dan een ziekenhuis. De kostprijs is vooraf redelijk goed in te schatten en onze hulp aan de kinderen die we helpen is van immens belang voor hun toekomst en die van hun land.

Het mocht echter niet zomaar een bevlieging zijn, die na een paar maanden voorbij ging. We zouden er een echte vereniging voor oprichten.

De koppen werden bij elkaar gestoken, informatie werd opgezocht, cursussen gevolgd, een plan opgesteld, ... en meer dan een jaar later, in september 2003, werd de vereniging officieel opgericht. De statuten verschenen in het Belgisch Staatsblad.