Velen onder ons zullen zich nog de beelden herinneren van begin de jaren 70. Dagelijks zagen we op televisie verhongerende mensen en een oprukkende woestijn in de Sahel.

        

Ik was 12 jaar in '73.

4 jaar later wist ik wat mijn beroep zou worden: landbouwkundig ingenieur - tropische landbouw. Geneeskunde zou mogelijks een alternatief geweest zijn, maar wat baat het mensen te genezen als ze de dag erop sterven van honger. Nieuwe landbouwtechnieken hadden ze nodig, de woestijnuitbreiding moest teruggedrongen worden. Ook ik wilde mijn steentje bijdragen.

In 1985 studeerde ik af aan de RUG. Jonge mannen moesten toen na hun studies nog legerdienst vervullen, maar als je als 'vrijwilliger ontwikkelingssamenwerking' in het buitenland werkte, werd je daarvan vrijgesteld. Ik kon dus best ervaring opdoen op die manier en geen tijd verliezen in België.

Kort daarop, in '86, kon ik vertrekken naar Congo (toen nog Zaïre). Ze konden me gebruiken in het 'Centre de Développement Rural Sambwa', gelegen op 30 kilometer van Lubumbashi, de tweede grootste stad van Congo, hoofdplaats van de koperprovincie Shaba (nu weer Katanga).


Luchtfoto van het centrum van Lubumbashi

Het Centre de Développement Rural (CDR) Sambwa was eigenlijk een missiepost van de paters Salesianen. In 1968 was pater Jef Van Waelvelde er begonnen met een bescheiden missie en had die ondertussen uitgebouwd tot een veelomvattend project.

Het doel van het CDR Sambwa was om de plattelandsvlucht tegen te gaan door de mensen een infrastructuur te bieden en landbouwtechnieken aan te leren. Sambwa zelf ligt aan de samenvloeiing van twee rivieren, de Kafubu en de Muniama. De bekkens van deze twee rivieren met de talloze zijriviertjes leveren goede bodems voor de groententeelt. Regen valt er in de streek maar gedurende 5 maanden per jaar, maar de riviertjes zelf vallen nooit droog. Op 30 kilometer van Sambwa ligt Lubumbashi, de stad met meer dan één miljoen inwoners. Een enorme afzetmarkt voor landbouwproducten uit Sambwa.

Pater Jef had een betonnen brug gebouwd over de Kafubu en zo een groot gebied direct toegang gegeven tot de markt van Sambwa. Sambwa was in die jaren uitgegroeid tot een begrip. Iedereen die Lubumbashi bezocht, moest Sambwa gezien hebben.

Je had er naast het huis van de paters en een kerk ook een lagere school, een dispensarium, een gemeenschapszaal, een boerderij met varkens en kippen, een molen, een centrum waar de animatoren voor de omliggende dorpen werden gevormd, een werkplaats voor onderhoud en herstellingen, een schrijnwerkerij, een citrusboomgaard, een groententuin, zo'n 50 ha mais, soya en aardnoten, een pomp aan de rivier met een groot reservoir bovenop een termietenheuvel op het hoogste punt van de missie.

Het project had vele interessevelden:
* economisch (een markt uitbouwen, landbouw en artisanaat bevorderen)
* publieke werken (50 km wegen onderhouden, 30 km irrigatiekanalen, 2 bruggen gebouwd)
* gezondheidssektor (dispensarium, kleine kraamkliniek, basis gezondheidszorg)
* sociale sektor (onderwijs, alfabetisatie, volwassenenvorming, vrouwenemancipatie)

Ik heb er uiteindelijk veel geleerd en hopelijk ook een positieve inbreng gehad in de groei van het project.

Na twee jaar ben ik Betty tegengekomen. Ze was naar Sambwa gekomen om groenten te kopen voor haar familie in L'shi, waar ze woonde bij haar oom. (Haar vader en moeder wonen in Kolwezi 300 kilometer verder.) Tussen ons was het liefde op het eerste gezicht. 6 maanden later zijn we getrouwd in de Kenya, één van de cités van de stad. Met pater Jef als getuige van ons huwelijk.

Ondertussen had ik het project Sambwa verlaten en was ik voor een privé-onderneming gaan werken, namelijk op een grote boerderij van een Grieks zakenman, de 'Ferme Evabuka'. Door omstandigheden zijn we naar België verhuisd in '89.

We zijn in 1995 de eerste keer op bezoek geweest bij Betty's familie en in 2002 voor de tweede keer. Het was na die tweede reis dat we besloten hebben dat we iets moesten ondernemen om de bevolking van Kolwezi te helpen.

Paul De Rycke