Sambwa, 3 november 1986

 

Dag Jan Modaal, Jan met de pet, Jan van de straat, kortom, Jan en alleman

Met mij gaat alles bijna weer goed. Ik ben een week of wat geleden met m'n klieken en m'n klakken van de tractor gedonderd. Ik was pas in het oliekot geweest,de plaatselijke schaatsbaan. Toen ik weer in de garage kwam, zag ik dat mijn mecaniciens - de 'karrelappers' zoals Roger ze noemt - de 7600 aan 't uiteen halen waren zonder de handrem aangetrokken te hebben. Ik klauter langs achter op de tractor, zet de rem vast, wil er terug af en ... zwiep, ik was eraf ... en hoe! Achterover d'r van, met mijn rug op een rechtstaande ijzeren lat. Ik lag daar te janken, ik weet niet hoelang (ik heb er niet aan gedacht om het even te chronometreren) maar zo lang was het niet. Ik dacht alleen aan mijn rug en mijn repatriëringsverzekering. Toen na een paar minuten de meeste pijn wegtrok, wist ik dat ik geluk had gehad. Ik was niet geraakt aan mijn wervelkolom, maar een drietal centimeter ernaast. Is dat het heupbeen? Ik heb nog een dag of drie al mankend rondgelopen. Nu is het niet meer te zien, alleen nog te voelen ... Niets ergs dus. (Na drie weken voelde ik er niets meer van - ik voel alleen een bult op het been waar ik geraakt was, als ik met mijn hand erover ga. Kan dat, een bult op een been?)

Ik heb van Jef een brief gekregen van een jongentje uit Gent. Omdat ik die brief mooi vind, neem ik hem integraal over (met schrijffouten en al).

Is dat niet mooi? Aangezien Jef wel wil antwoorden, maar nog minder vrije tijd heeft dan ik, heb ík beloofd een brief terug te schrijven.

4 november 1986

Over vijf minuten zal het hier stortregenen. Ik zie boom per boom verdwijnen in een watergordijn.

Voilà, 't is al weer over. Het heeft maar een paar minuten geduurd, we zaten aan de rand van het onweer. Door het ene venster zagen we een zwaar overtrokken lucht en een regenvlaag - zichtbaarheid 50 meter -, door het andere venster een zonnige, blauwe hemel met schapewolkjes.

5 november 1986

Gisteren weer veel tijd gehad om te schrijven. Om kwart na vijf kwam de camionette toe, met de chauffeur. De ene met twee platte banden, de andere met een stuk in z'n voeten. Dat wil zeggen: plakwerk - twee banden in een uur tijd, daarna is het donker. De mechaniciens werker er drie dagen aan, maar daarvoor was er geen tijd. Vandaag moesten we 10.000 kg meststof halen bij de Gecamines - 7,5 ton op de camion, 2,5 ton op de camionette.

Uit één van de banden was een stuk ter grootte van een halve frank weg. Hoe gaat dat?

In stad rijden de zwarten die een "auto" hebben bijna allemaal met een wrak rond. Ik vraag me soms af wat oorzaak en gevolg is. Oorzaak: een auto is een wrak, gevolg: hij krijgt een zwarte chauffeur, of: iemand is zwart, bijgevolg wordt zijn auto een wrak. Gezien de rijkunst van de zwarten opteer ik voor de tweede stelling. Geef een blanke en een zwarte, beide voorzien van enig gezond verstand, een nieuwe auto, na drie jaar rijdt de blanke met een nagenoeg nieuwe auto, de zwarte met een stuk ongeluk. Verwijt me nu geen racisme, als je het niet gelooft moet je maar eens komen kijken. (Op eigen kosten weliswaar.)

Kabwili en Boulboul hebben gisteravond ook overuren gepresteerd. Ze hebben een zwart serpent, op vijf meter van onze achterdeur naar de andere wereld geholpen. Het gaat om een anderhalve meter lang beest, dat zich zou oprichten en gif in de ogen zou spuiten. Vorige week is er hier iemand geweest om een (weliswaar dode) slang te verkopen. Dat was tenminste een slang die zich met fierheid een slang kon noemen. Een grote vuist dik en zo'n drie en een halve meter lang. Voor 350 Zaires. Een gunstkoopje. Maar wat moet ik in godsnaam met een python aanvangen, of zelfs met zijn vel?

Nu we het toch over beesten hebben. Nog vorige week is er hier een beest gepasseerd, maar niemand heeft hem (haar?) gezien. Anders waren ze pater Viktor (de plaatselijke jager op groot en klein wild) wel uit zijn bed komen halen. Het gaat om een nijlpaard van respectabele grootte. Hij had in elk geval grotere voeten dan ik. Hij is uit de Kafubu gekomen en heeft de helft van een maisveldje van een lokale boer tot tegen de grond afgevreten, zo'n 100 m². Nadien is hij spoorloos verdwenen. Spijtig, want Viktor zegt dat het vlees smakelijk is.

Gisteren hebben we een andere trofee van Viktor opgepeuzeld. Een wilde gans van een kilo of acht (opgekuist), die twee dagen op het vuur gestaan heeft. Al eens spaghetti gegeten met ganzevlees in plaats van gehakt? Verrukkelijk. Daar kunnen 'De Kogge' en 'De Estaminet' een tip aan zuigen.

Aangezien we in Brugge aanbeland zijn: iedereen die schrijft, schrijft over de badminton. Wel, die badminton interesseert mij geen zier meer. De keren dat ik er wel aan móet denken, is als iemand me vraagt welke sport ik beoefende. Maar of ik nu 'badminton' zeg, of 'oelaboela', dat zegt hen juist evenveel. Als ik dan wat geprobeerd heb om het uit te leggen, trekken ze een gezicht van "wat een stom gedoe". Alles wat geen voetbal is, is in Zaïre trouwens flauwe kul. Thuis zei ik vaak: "Alles is relatief". Wel, hier is alles nog vééél relatiever.

11 november 1986

Mensen, ik kan het niet meer bijhouden. Als ik alles moest opschrijven wat ik meemaak, zou ik zoveel tijd nodig hebben om te schrijven dat ik niets meer zou kunnen meemaken.

Laat ik de draad eens opnemen op zondag 2 november. Buiten alle (zondagse) gewoontes was ik al vroeg op, rond kwart voor zeven. Ik was dus op tijd om mee te gaan met pater José en pater Augustin (die elke zondag van hieruit vertrekt naar een parochie in de brousse). José en ik gingen naar Lilefwe, Augustin zou verder doorrijden naar Moses. Om 8.30 uur kwamen we in Dilefwe aan (d en l worden in het Swahili hier door elkaar gebruikt). Om 9.30 uur begint de mis, dus tijd voor een wandelingetje en een babbeltje. De mis was nog geen halve minuut bezig toen de animateur van ter plaatse kwam zeggen: "Venez un peu". Bleek dat de Landcruyser een vijftal kilometer verder in panne gevallen was. Nog een wandelingetje dus. De animateur ging mee en hoewel hij mankt, lag zijn tempo toch tamelijk hoog. Na een mooie wandeling door bos en dorpjes, kwamen we bij de auto. Augustin was verder gegaan naar Moses, te voet met zijn valies. De autosleutels had hij uiteraard meegenomen en op het eerste zicht was niets abnormaals te bemerken. Dus verder naar Moses om de sleutels te halen. Toen ik er bijna was, kwam Gust af per fiets, onhoudbaar (want zonder remmen). De Landcruyser was stilgevallen en wilde niet meer starten, zelfs niet al duwend. Dezelfde panne die ik verleden week gezocht en "voorlopig" gerepareerd had, dus 1 minuut werk en weg waren we. Tot grote verbazing van de zwarten. We waren nog op tijd voor het middagmaal. Gelukkig voor José en Gust dat ik er toevallig bij was, anders hadden ze er lang kunnen staan.

Bij de terugkomst nog even de tijd gehad om kennis te maken met de vice-consul van de Verenigde Staten (en zijn gezin). Ze hadden geen tijd om te blijven eten, maar ze komen wel nog eens terug.

Van de finale van de voetbal die die namiddag moest gespeeld worden, is niets in huis gekomen. Jef heeft de wedstrijd afgelast omdat er te veel tovenarij aan te pas gekomen was.

In de namiddag wat bezoek rondgeleid, een pater uit Kilwa, zijn neef op bezoek en een (Waalse) vrijwilliger die daar werkt. Die vroeg me of ik 'Génie Rural' gestudeerd had. Die indruk kun je wel krijgen als je alle werk aan de machines beschouwt.

's Avonds zonder licht gezeten beneden in huis, boven niet. De spanning schommelde er tussen 190 en 330 volt, dus hebben we de boel dan maar afgelegd. Tussen al die perikelen door hebben ze hier in huis ook nog een dief in zijn kraag gegrepen. Hij was nog bij een 'tovenaar' geweest, die hem een poeder gegeven heeft om voor ons onzichtbaar te zijn. Helaas, toevallig hebben we hem toch gezien. Straf! Hij zat in Viktors kamer. Toen deze zijn deur open deed, deed Médar snel het licht in de badkamer uit. Hij was dus toch niet zo zeker van zijn onzichtbaarheid. Viktor heeft zijn deur weer toegedaan en is snel versterking (José) gaan halen. Ze hebben Médar gevonden met Viktors geweer, voor één keer niet geladen, toen hij het venster uit wilde springen. Viktors radio had hij al laten vallen. Ze hebben hem opgesloten in de WC. Aangezien ons cachot toch zodanig veel gebruikt wordt, vonden we de sleutel niet. Na een uur zoeken toch gevonden. Dan kon hij overgeplaatst worden, gekneveld met stukken van een binnenband, langs weerszijden een zwarte om hem in bedwang te houden en Jef er achter, met de matrak. Al ooit een pater zien rondlopen met een gummiknuppel? Je kunt het zo gek niet bedenken of je ziet het hier wel.

De week daarop werd gedomineerd door werkzaamheden aan de elektriciteit. Maandag de panne in huis opgezocht, tussen de ratten op de valse plafonds. Was de leiding bij ons thuis wat komiek gelegd, hier is het een puinhoop van draden, met tientallen aan één gekoppeld met plakband. De eigenlijke oorzaak heb ik niet kunnen achterhalen. Ik heb hier en daar wel een stuk vernieuwd en verbeterd, zodat alles nu in orde is.

Donderdag de Daihatsu nagezien. Toen ik in stad was om meststof, merkte ik dat de knipperlichten niet werkten terwijl ik op de rem duwde, en dat de vier standlichten begonnen te branden. In de garage merkte ik verder dat als de achterlichten branden en je de knipperlichten aanzet, ze om beurten begonnen te flikkeren. Niet mis als curiosum, maar voor een auto met 9.000 km toch vreemd. Toen die wagen toegekomen was, brandde het knipperlicht links voor samen met rechts achter, en vice versa. Ik denk dat Kalambay bij de herstelling een steekje heeft laten vallen. Maar nu is het in orde.

Zondag dan nieuwe elektriciteitsleidingen op de herstelde tractor gelegd. Dat was nogal wat zoekwerk om voor al die draadjes een uitweg te zoeken. Ze hadden de oude kabels afgetrokken zonder kijken en zonder dat ik erbij was. Een deel was al (verkeerd) aangesloten door een mechanicien die gekomen was om de motor te helpen ineen zetten. Ik kon daar niet de ganse tijd blijven. En de twee karrelappers alleen laten is een enorm risico. Aan de tractor werkt nu alles, behalve het lampje dat de batterijlading aangeeft. Zelfs na het steken van een nieuwe alternator wil het niet aangaan (voor het uitgaat). Ik snap er gewoonweg niets van. De eerste keer dat ik me moet gewonnen geven.

13 november 1986

Dit deeltje werd geschreven op het veld te Lwamabwe, waar ik thans aan het werken ben. 't Is te zeggen: Roger heeft nu het stuur in handen. Hij vervangt me even bij het zaaien. De zaaitijd is dus begonnen. De regen houdt al aan van midden oktober, een maand te vroeg. We zijn op maandag 10 november beginnen zaaien. Vandaag donderdag moeten er al een hectare of 12 (van de 45 te Lwamabwe) gedaan zijn.

Als de meststof mooi gekorreld is en de machine niet te veel pannes oploopt, is het tamelijk plezant, maar ook tamelijk eentonig werk. Op de tractor van 's morgens zeven - acht uur tot 's avonds zes, tenzij de regen er anders over beslist. Vandaag is het gelukkig Roger die met de camion met meststoffen rijdt. Als hij het wachten, en ik het rijden beu ben, kunnen we omwisselen (hoewel Jef dat niet graag heeft, omdat Roger niet 'secuur' genoeg is). Daardoor zal ik nu wel een paar uur tijd hebbenom deze brief verder af te werken.

En rustig dat het hier is. Lwamabwe is zo een plaats waar, als we op reis zijn, de auto langs de kant van de boerewegel zetten om onze boterhammetjes op te eten. Daar dacht ik aan toen ik gistermiddag mijn boterhammetjes zat op te peuzelen, met uitzicht op onze velden (de Lwamabwe is een onooglijk riviertje, de velden liggen aan weerszijden op de helling) en op de bossen rondomrond, zover je kijken kunt. De grote stapelwolken tegen de helder blauwe hemel maken dat alles nog mooier.

Als je er eens over nadenkt is het in België toch triestig. Overal huizen, wegen en auto's. En vind je ergens nog een stukje groen, dan staat het nog vol elektriciteitspalen. Wat jullie wel hebben en wij niet, zijn winkels waar je alles kunt kopen wat je wilt, als je tenminste geld hebt, en ... de zee (snif). Een zee van groen, maar 't is toch 't zelfde niet. Desondanks nog steeds geen heimwee. Dat doet me denken dat ik vandaag precies drie maanden geleden vertrokken ben. Hebben jullie al gemerkt dat ik niet meer thuis ben?

De panne is er dus gekomen, de derde keer in twee dagen dat hetzelfde vitale onderdeeltje van de zaaimachine breekt. Dus briefschrijven inaisha en kazi inaisha (het werk is ten einde).

Het is tien voor acht, ik ga naar bed, slaapwel.

14 november 1986

De vierde keer dezelfde panne, dus weer een uurtje tijd om te schrijven. Het gebroken stuk demonteer ik, waarna het naar Sambwa gebracht wordt om te laten souderen.

Gisteren zat ik nog in de schaduw langs de kant van het veld, maar nu zit ik op de tractor, midden in het veld. Gelukkig hangen er schapewolkjes die de zonnestraling dempen. De kleur van mijn armen is veranderd van bronskleur naar koperrood. Ik draag al een hemd met lange mouwen en als het te warm wordt vervang ik mijn klak door een breedgerande strooien hoed. Als mijn handen beginnen te verschroeien, van zon zweet en meststoffen, doe ik mijn werkhandschoenen aan om te rijden. Totaal ingepakt dus.

19 november 1986

Het zaaien ligt voorlopig stil omwille van de langverwachte droge tussenperiode. Voor mij eens een dag congé in plaats van 10 uur op de tractor te zitten. En het was een mooie dag. "Een mooie dag te Lubumbashi" zou in de brochure van de NMBS staan. Inderdaad, ik ben naar de stad geweest. Roger moest met vijf varkens naar het slachthuis, ik had niets speciaals te doen, dus een ideaal moment om de eerste werkelijk vrije dag te nemen in drie maanden. (Ik zal maar niet te luid roepen, want het is nog niet donker.)

Ik heb geluk dat het nu droog is, want ik wilde dringend naar stad. Je vraagt je nu misschien af wat er zo dringend is. Wel, en begin nu niet te lachen, ik wilde een strijkijzer kopen. Jaja, je hebt niet misverstaan, een strijkijzer. Ik heb besloten om voortaan mijn kleren (met uitzondering van mijn werkkleren) zelf te wassen en te strijken. Marie-Jeanne is mijn kleerkast aan 't ruïneren. Mijn bruine broek heeft blauwe vlekken, m'n grijze broek rode vlekken, ... omdat ze de was kletsnat het ene bovenop het andere hangt. In nog een andere broek zaten vetvlekken, er in gebracht bij het strijken. Een janboel dus. Zelf wassen was geen probleem, maar strijken met houtskool ligt mij niet. Vandaar een Kalorik voor 2.100 Z.

We zijn op café geweest ook. Maar helaas, in gans Lubumbashi is er geen druppel bier meer te vinden. Er zit namelijk een gat in het waterreservoir van de brouwerij, met alle gevolgen van dien. Dit fenomeen heeft er echter toe geleid dat ik de beste koffie van mijn leven gedronken heb, en dit voor maar 20 Z (0,33 Euro). Was er vanmorgen koffie, vanmiddag is er CHOCOLADE - joepie! Wel wat slap, maar Cadbury's Heel Neut (uit Zuid-Afrika) is heel genietbaar - 165 Z voor een reep van 200 gram. De Côte-d'or van 200 gr kost 260 Z. Het is hier voor mij echt een feestdag vandaag. Eigenlijk heel egoïstisch van mij dat ik niet deel met de anderen hier, maar als ik van mijn maandloon van 1.000 Z iedereen chocolade moet geven, schiet er niet veel meer over. Ik heb twee maanden moeten zwoegen voor een strijkijzer, stel je voor. En misschien springen de zekeringen nog wel als ik hem gebruik?

Als je wat geld hebt, is het best leefbaar in de stad. Er zijn enkele winkels voor de blanken met de producten van bij ons. Je vindt er veel, maar het is wel erg duur. Één ding kan ik je verzekeren: het geld dat het ABOS stort op mijn rekening in België zal niet veel intrest opbrengen. Maar waarom zou ik in godsnaam mijn geld sparen, ik leef ook maar één keer.

Wat nog nieuw is, maar nog moet geïnstalleerd worden, is mijn muskietennet - in België 50 Euro, hier 3, made in Taiwan. Ik kon kiezen voor een rode, groene, gele, blauwe, ... maar heb toch maar een witte genomen (awoe, ouderwetsen!).

22 november 1986

Vorige donderdag heeft één van de twee karrelappers de oliedrukschakelaar zodanig hard in het motorblok gedraaid, dat het spiksplinternieuwe superdeluxe onovertreffelijke blok gewoonweg gebarsten is (barst van een drietal centimeter). Zou je ze eigenlijk geen stamp tegen hun achterwerk geven. Ze werken maar vijf minuten per dag en in die vijf minuten bezorgen zij mij weer een heleboel werk om de zaak recht te trekken. Vandaag zijn ze bijna vijf uur bezig geweest om de olie van de camion te verversen. En wedden dat ik er maandag, als ik het peil controleer, olie moet aflaten omdat ze er altijd te veel in doen.

24 november 1986

Het zaaien is vandaag herbegonnen, hoewel het nog niet veel geregend heeft (1 mm). Een dertigtal hectare is nu afgewerkt. Morgen vervolg. Als het nu niet begint te stortregenen, zitten de 45 erop voor het einde van de week. Eindelijk rust dan, want vandaag is het al de tweede wettelijke Zaïrese verlofdag waarop ik werk. De zwarten worden nog dubbel betaald, ik niet. Dus zal ik mijn verlofdag wel inhalen na het zaaien.

25 november 1986

Weer op het veld wordt het laatste stukje van deze brief geschreven. Eindelijk, want jullie hebben in lange tijd niets meer gekregen. Sorry hoor. Maar vanaf volgende week zal ik weer meer tijd hebben.

In Sambwa gaat het over het algemeen slecht met de gezondheid. Enorm veel griep onder de mensen, ook Jef en José. José , Roger en Viktor zitten met malaria. Ikzelf heb een lichte aanval van diarree.

Lap, panne, tot straks.

Voilà, we zijn weer thuis. Vervolg. Die diarree is weinig erg, hoor. Verder komen per dag gemiddeld 25 kinderen met mazelen in het dispensarium terecht, waarvan per dag één sterft. Zelfs de kinderen die ingeënt waren, bleken niet weerstandig. Slecht vaccin?

Het zendschema van de BRT is al een tijdje geleden (eind september) toegekomen. Ik moet zeggen dat ik de BRT de moeite niet waard vind om te beluisteren. Altijd gezever, en als er per toeval eens een liedje gedraaid wordt, is het 9 op de 10 een onbekend Vlaams. Neem daar bovenop nog het gepiep, gekraak en gejengel en het is om het kotsbeu te worden. Daarom staat de antenne nu meestal gericht op de Voice of America (prima klank, goeie muziek en nieuwsgeving), BBC World Service (nieuws), Nederland (af en toe) en Radio Nairobi, Kenya (goeie recente Westerse muziek, zonder al te veel kommentaar). De radio zelf is een juweeltje, bedankt voor het geschenk.

Mijn Swahili ligt al een tijdje te wachten op rustiger periodes. Geen vooruitgang dus. Komt wel.

Na drie weken beëindig ik deze brief. Hopelijk kan hij morgen al naar de post. Misschien nog op tijd om jullie allemaal een vrolijk Sinterklaasfeest toe te wensen.

Zomerse groetjes van onder de evenaar.

Paul

 

Sambwa, 26 november 1986

Hallo!

Ik heb zopas drie brieven ontvangen, dus nog vlug even wat kommentaar vóór de bovenstaande morgen op de post gaat.

Het is hier inderdaad leuk, het bevalt me. Nat kan het wel zijn, hier, maar koud voorlopig niet. Om te bakken echter ook niet. Slapen onder een muskietennet maakt het tropischer dan het klimaat zelf. Soms verlang ik wel eens naar een koude winteravond, in de zetel bij de kachel en een stomme film op televisie. Ik ben hier echter altijd op mijn werk, 7 dagen per week, dag en nacht. Jullie thuis, in het week-end, doen wat jullie willen. Eens wandelen, winkelen, niets doen. Hier is wel genoeg beweging hoor, buiten werken, met de fiets een veld gaan bekijken, maar het blijft "op het werk", zelfs op zondag.

Wat het eten betreft: de laatste tijd was het fruittijd. Ananas, passievruchten, watermeloen, papaja, bananen, mangocompot (het is nog wat te vroeg voor de rijpe mango's).
's Morgens brood met confituur (kaapse kruisbessen, mandarijnen, soort rode bosajuinen of matungulu pori), (lokal) honing, kaas, rauwe hesp of iets dergelijks, vleesworst. Geen melk, alleen poeder verdomme!
's Middags (behalve tijdens het zaaien nu) en 's avonds warm eten, 't is te zeggen: soep, aardappelen (gekookt of puree 's middags en 's avonds de rest gebakken of met een ajuintje) - maar 's avonds meestal rijst of noedels, af en toe (als we zwart bezoek hebben bukari (op basis van maisbloem - structuur van marsepein).
Vlees: van alles: biefstuk, stoofvlees, stuk varkensgebraad, worst, bloedworst, kip, eend, gans, gehaktballen, eieren. Weinig vis (tot nu toe een vijftal keer - het regenseizoen moet nog beginnen).
Groenten: veel rauwkost 's avonds, zoals tomaten met ajuintje, paprika, rode kool, geraspte worteltjes, boontjes - alles in olie en azijn. Verder kolen, aubergines, witloof (gestoofd en daarna in olie en azijn - niet zo lekker), prei, selder, sla, komkommers.
Dessert: fruitsla (papaja, banaan, appelsien toen er nog waren), fruit zelf, af en toe pap, ijsroom (als er bezoek is).
Bij en na het avondmaal: bier of cola. Op feestdagen van Maria: pannekoeken.

Doodvallen van de honger (zoals een vrouw vandaag) zullen we dus niet. We besteden per dag en per man ongeveer 150 Z aan eten. Schandalig hoog als je bedenkt dat een "ouvrier" hier tussen de 30 en de 60 Z per dag verdient om zijn gezin te onderhouden.

terug - volgende brief