Sambwa, 18 oktober 1986

 

Citoyens, citoyennes!

Hoewel ik er eigenlijk beter aan zou doen eens een middagdutje te doen, profiteer ik toch maar van de vrije tijd (het is zaterdagnamiddag) om mijn belevenissen te vertellen. Ik geloof, aan de luttele reacties te merken, dat meer mensen ze lezen dan ik vermoed. Daarom een hernieuwde inspanning. Spellingfoutloos hoop ik. (De twee brieven die ik het laatst ontvangen heb, eindigden met een zin in de aard van 'let niet op de spellingsfouten, ik herlees mijn brieven niet'. Dit is wel geen excuus voor 3 dt fouten in n brief!) Ik beschouw een brief een beetje als een werkstuk dat in orde moet zijn, dus gecontroleerd. Als er toch nog malheuren in voorkomen, dan is dit omdat ik mijn brieven meestal 's avonds laat schrijf, bij kaarslicht, reeds met n been in bed. "Die brief moet af, want morgen gaat ... naar stad" is de drijfveer om mijn ogen open te houden.

Zo, het is al avond. Van mijn vrije tijd is weer eens niets in huis gekomen. Dat is nu al drie dagen, van zes uur 's morgens tot zes uur 's avonds, met nauwelijks tijd om te eten. Zoals eergisteren: de eerste zaaidag voor de mais. We hebben een mooi vlaagje gekregen van 42 mm regen. Er is hier n veld (van 1,7 hectare) dat moet ingezaaid worden vr het t nat wordt. Voor mij was dit een proef om de techniek wat onder de knie te krijgen. En ik moet zeggen dat ik het in het begin verdomd rotwerk vond. De zaaimachine zaait vier rijen gelijktijdig en strooit ook terzelfder tijd de meststof in de rijen, als hij goesting heeft. Nu moet ik er dus voor zorgen dat er wat recht gezaaid wordt (tussen de termietenheuvels door), met gelijke afstand tussen de rijen. Op zichzelf niet zo moeilijk, ware het niet dat ik voortdurend achterom moet kijken om te zien of de meststof nog doorvalt. Verder lopen nog twee jongens achter de machine om te zien of de mais nog valt. Om de twintig meter moest ik stoppen omdat ergens iets verstopt zat (vochtige meststof vormt klompen). Het ging ver van vlug, en recht was het evenmin. Gelukkig kwam Roger me rond twee uur aflossen, zodat ik toch kon gaan eten. Na hem uitgelegd te hebben wat hij moest doen en waarop hij moest letten, ben ik een rondje meegereden om te zien wat hj ervan terecht bracht. Al na vijf meter begon hij te vloeken. Hoe kan je in Godsnaam recht rijden als je voortdurend achterom moet kijken? Ik was zielsgelukkig dat ik niet de enige was die het onbegonnen werk vond. Na het eten ben ik terug gegaan. Roger is blijven rijden en ik controleerde de meststoftoevoer. Na verloop van tijd ging alles vlot. Het uiteindelijk systeem van werken werd dat ik op de driepuntsophanging sta (verbinding tussen tractor en zaaimachine) en van de ene naar de andere kant klauter om systematisch alle reservoirs en leidingen te bekloppen met een rubberhamer. Efficint en plezant, maar ook gevaarlijk. Toen het systeem op punt stond, heb ik het een zwarte laten uitvoeren (namelijk Albert, die verleden week de scheidsrechter heeft afgeklopt, omdat de voetbalploeg waarin hij meespeelt verloren heeft). Wel kan ik nu met een gerust hart de eigenlijke zaaiperiode tegemoet gaan.

Gisteren was het dan weer werk van een andere soort. Er wordt hier enorm veel gelast, zowel voor de missie, als voor de mensen van het dorp. We hebben hier twee elektrische lasposten (aangedreven door een tweecilinder benzinemotor) en n chalumeau (snijbrander - autogeen lassen met de vlam). Nu was er geen enkele van de lasposten die wilde werken. En hoewel we nu al twee mecaniciens hebben, was ik het die het moest oplossen. Ik kan Jef (de directeur) echter geen ongelijk geven als hij zegt dat ze er moeten van blijven. Als er in Belgi iets verloren of kapot gaat, is dat niet erg, maar hier moet je maanden wachten op het onnozelste wisselstukje. Eigenlijk zou ik er 's morgens moeten aan werken, als mijn beide leerlingen erbij zijn, maar dan kan ik nooit langer dan tien minuten doorwerken. Er is altijd wel iemand die iets nodig heeft of een aantal mannen die gecontroleerd moeten worden. Hoewel het niet getuigt van een idealisme inzake ontwikkelingssamenwerking, ben ik het vaak eens met Roger als hij zegt dat hij blij is als alle zwarte werknemers allemaal weg zijn 's middags. En zo is het ook. Eenmaal als iedereen weg is, kan er gewerkt worden. Er worden hier niet alleen enkele mensen opgeleid, vooral moet de missie draaiende gehouden worden. Het is evenwel niet gemakkelijk de kop boven water te houden in een land waar wekelijks alles duurder wordt en minder te vinden is. En Sambwa moet blijven, het is een goede zaak voor de mensen hier.

Nu is er dus n laspost die werkt. Hij kan nog wel verbeterd worden als ik eens tijd vind, maar dat hij werkt is voorlopig het belangrijkste.

Vandaag (beter gezegd vanmiddag) was de sproeimachine aan de beurt. In Sambwa zijn er allerhande machines, maar ze worden zeer slecht onderhouden. Alleen het werk dat je zelf doet is te betrouwen, maar om alles zelf te doen is er geen tijd. Bijgevolg: veel onnodige pannes, die nog meer tijd vragen.

Laat me nu even boffen met mezelf. Ik denk niet dat ik hier een slecht figuur sla. Over het werk aan de machines dat ik zelf uitvoer is niets aan te merken. Een goede theoretische kennis, handigheid, logisch redeneren en gezond verstand blijken te volstaan om "chef de garage" te zijn. Dit is slechts n van mijn functies hier. Als raadgever op landbouwkundig vlak doe ik het ook niet slecht. (Pater) Jos zegt dat ik de eerste landbouwingenieur ben hier op het project die, als er iets gevraagd wordt, antwoordt zonder te zeggen: "Ik zal het eens opzoeken". Dat flatteert mij ten zeerste, vooral omdat je mij toch moeilijk een voorbeeld van een goed student kon noemen. Wat mij verwondert is, dat als ik het later opzoek, mijn antwoorden nog juist blijken te zijn ook.

Jef geeft geen complimenten, alleen af en toe een opmerking. Hij zou liever alles zelf doen (wat ik wel begrijp) en ziet niet in dat iemand anders er een andere werkwijze kan op na houden, die even goed (laat staan beter) is dan de zijne. Zijn opmerkingen zijn vaak overbodig, maar als ze gebaseerd zijn op fouten die hij zelf begaan heeft, is er meestal wel iets van te leren.

Ik denk wel dat hij mijn werk hier waardeert, evenals mijn zin voor orde, proper werken, organisatie van de rommelboel hier. Het gebeurt steeds meer dat hij mensen doorstuurt met de boodschap: "regel dat maar met monsieur Paul".

Tegenover de mensen probeer ik rechtvaardig te zijn, maar ik geef geen cadeaus. Zoals Jos het zegt: "we zijn veel te lang paternalistisch geweest, ze krgen alles. Ze moeten nu eens leren werken als ze vooruit willen". Ik beschouw Sambwa als een bedrijf dat rendabel moet zijn. Dit komt meer ten goede van de bevolking dan een verlieslatend Sambwa.

Sommigen doen hun voordeel door mijn rechtvaardigheid, anderen hebben tegenslag. Zo was ik gisteren nog bij Kapela. Zijn veld was verleden jaar vastgesteld op 110 are. Dit jaar wilde hij betalen voor 1 hectare. Ik moest dus het stuk bepalen waar mocht geploegd worden. Toen ik alles bekeken had, bleek dat het veld slechts 90 are groot was. Zoals ik al gezegd heb, het is niet met de lat gemeten. Het kan wel 88 of 92 zijn, maar wel geen 110. In zijn voordeel dus.

Het tegenovergestelde greep plaats bij Gabo. Zijn veld was al drie jaar lang geschat op 50 are, zei hij. Het is hier altijd een probleem om uit te vissen wat het veld is, en wat bij de brousse behoort, want het ziet er net hetzelfde uit. Dus vraag ik hem om de omtrek van het veld te tonen. Hij toont een mooi rechthoekig stuk van 90 op 60 meter.
- "Dat is 54 are", zeg ik.
Hij bekijkt me alsof hij het in Kamina hoort donderen (Keulen ligt wat te ver van hier).
- Met een meewarige glimlach zegt hij: "dat is niet waar".
- "Hoe, het is niet waar? 9 maal 6 is toch 54?" Maar dat kon hem niet overtuigen. "Hoe kom jij aan 50?"
- "Wel, een veld van 100 op 50 is 50 are."
- "Juist."
- "Trek nu van die 100 tien af en tel die op bij die 50, dan heb je een veld van 90 op 60."
Ik heb hem proberen uit te leggen aan de hand van tekeningetjes in het zand dat, als je de vorm van een rechthoek verandert, je de oppervlakte ervan verandert, ook al blijft de omtrek dezelfde. Hij geloofde het wel niet, maar als ik zeg dat het 54 are is, moet hij er voor 54 betalen. Zo simpel is dat.
Een half uur later ging ik mee met Mitterand en de tractor om hem de omtrek van het veld te tonen. Hij ploegt twee lijnen. Dan komt Gabo af.
- "Je ploegt niet ver genoeg, en aan de andere kant van het veld ook niet."
Hij voegt er langs weerskanten 10 meter aan toe.
- "Jamaar," zei ik in het Vlaams, "zo zijn we niet getrouwd h." "Je gaat je veld nu nog een beetje vergroten."
- "Verleden jaar is hier ook geploegd en het was 50 are."
Ik kreeg het zo stilletjes aan op mijn zenuwen. Ik ben in de jeep potlood en papier gaan halen. Op de terugweg naar het veld kwam ik Gabo tegen.
- "Ik kom direct terug," zei hij, "ik moet eerst nog iets regelen."
Toen hij na een half uur nog niet terug was om zijn veld te tonen, was de maat vol. Voor mij was het duidelijk dat hij de grootte zijn veld niet wilde tonen. Ik heb dan maar in zijn plaats een veld uitgestippeld, minutieus opgetekend en de oppervlakte ervan berekend. Het was 58 are. Mitterand is gestopt met ploegen na een 40-tal are, totdat de rest betaald wordt.
De dag erop kwam hij bij Jef om te vragen waarom er niet verder geploegd werd. Jef zei hem dat hij eerst de rest moest betalen voor de 58 are en dat hij blij mocht zijn dat hij niet moest bijbetalen voor de tekeningen die ik gemaakt had.
Een paar dagen later kwam hij zeggen (niet vragen, h, zeggen) dat we vr woensdag moesten voortdoen.
- "Als je betaald hebt", antwoordde ik.
Na twee dagen kwam hij met nog een deel geld. Hij kwam nu nog 110 Zaires te kort. Hij had geen geld meer (maar de volgende dag liep hij al om 9 uur 's morgens zat voorbij...). Omdat we nog ander werk hebben op die plaats en om van zijn gezaag af te zijn heb ik Mitterand terug naar dat veld gestuurd.
Na een uur was Gabo daar terug: "Mitterand wil niet het volledige veld ploegen."
- "Ik kom direct."
Ik kwam daar toe en zag niets abnormaal.
- "Wel, wat scheelt er?" vroeg ik.
- "Hij moet tot ginder ploegen, maar hij wil niet."
- "Hij mag niet ook. Je moest er maar bijgebleven zijn toen ik je veld heb uitgestippeld. Het is een veld van 58 are. Als je je veld wil vergroten, dan moet je maar bijbetalen. Het zal dan in totaal een 70-tal are zijn."
- "Maar verleden jaar was het maar 50!"
- "Kijk eens, ik zal nog eens controleren of ik geen fout gemaakt heb."
Ik controleerde nogmaals de afstanden, maar alles bleek  te kloppen.
- "Het veld meet ongeveer 100 op 60 meter, dus rond de 60 are."
- "Dat is niet juist, dat is geen 60 are."
- "Luister eens hier, een veld van 100 op 50 meter heeft een oppervlakte van 50 are."
- "Ja."
- "100 op 60 is 60 are."
- "Maar dat is niet waar!!"
Dan was het genoeg. Aangezien het Vlaams er vlotter uit komt dan het Frans riep ik: "Mo miljaardegodver, hoe is het in godsnaam mogelijk?" Ik heb het nog proberen uit te leggen, maar hoe leg je uit dat 10 maal 6 gelijk is aan 60, als ze het toch niet willen verstaan. Ik ben het dan maar afgestapt.

Optellen en aftrekken kunnen ze wel, maar vermenigvuldigen is wat anders. Bij Muhiya hetzelfde. Hij betaalde voor 1 hectare. Hij heeft een veld van 100 op 50 meter, dus een halve ha. Zijn tweede veld is 75 meter lang, dus mag er 66 meter breed geploegd worden om nog een halve ha te bekomen. Een paar dagen later kwam ik controleren toen Mitterand daar aan het ploegen was.
- "De directeur heeft gezegd dat je gemist bent. Het veld moet 75 op 75 zijn."
En weer kwam dat verhaaltje van 100 op 50 is 50 are, dus + 25 en - 25 waaruit volgt dat 75 op 75 ook 50 are is. Maar het heeft niet geholpen voor Muhiya.

Om Jef even uit te testen vroeg ik hem 's avonds aan tafel: "een veld van 75 op 75 meter, hoeveel are is dat?" Hij dacht even na en zei: "52 of zo?" Het was wel niet juist, maar ik zou ook niet direct kunnen zeggen dat het 56 are en 25 centiare is. Ik was al blij dat hij geen 50 gezegd had. Toen ik hem zei waarom ik dat vroeg, besloot hij Muhiya eens "af te borstelen". Tot zover de rekencapaciteiten van de zwarten.

In de garage heb ik 2 nieuwigheden. Een nieuwe mecanicien en een nieuwe fiets. En ding hebben ze gemeen. Je moet op alle twee hard duwen om ze in beweging te krijgen. Van mijn fiets vind ik dat nog normaal, van mijn mecanicien hangt het mijn keel uit. Als je niet voortdurend zegt: doe dit, doe dat, dan legt hij zich te slapen ergens in een auto. Verder heeft hij zo de air van "ik kan alles". Als hij niet snel verandert, zou hij wel eens spoedig ander werk kunnen zoeken.

Mijn fiets was ook niet alles toen ik hem kocht, maar na drie uur sleutelen was hij naar mijn zin. Ik heb dus een fiets gekocht, in Jos's magazijn. Een Chinese fiets, via Zambia 'gemporteerd', voor 100 Euro. Het is dan ook maar een basismodel, zonder lichten en bagagesteun. De kabels van het remsysteem zijn vervangen door een systeem van stangetjes en hefboompjes, wat zich minder soepel laat regelen. Verder is het voorwiel wat krom en slaat de achteras af en toe een tand door. De Chinezen hebben misschien wel het wiel uitgevonden, maar zeker de achteras niet.

Hier moet je echter niet zoeken om een stukje vrije natuur te vinden. Je moet hier alleen opletten dat je je weg niet verliest. Vorige dinsdag was het hier feestdag (verjaardag Mobutu - feest van de jeugd). Niemand werkte, uitgezonderd ik van 6 uur 's morgens tot 1 uur 's middags. Nadien ben ik samen met Tusia een toertje gaan maken van een twintigtal kilometer - een fotojacht.

Het was een tochtje langs kleine dorpjes, vriendelijke mensen, dalen en heuvels. Veel kinderen riepen: "Muzungu (blanke), hallo!" En riep er 'Kabambala', de bijnaam van Jos (die met zijn 110 kg toch wel een ander figuur heeft ... en nooit op een fiets rondrijdt, alleen op de moto). Maar Kabambala is veruit de enige blanke die in de streek rondtoert. Ik hoop dat een blanke op een fiets, samen met een zwarte medereiziger meer contact heeft met de lokale bevolking dan een blanke die hier met zijn campingwagen rondrijdt (moest dit al mogelijk zijn). Bovendien is een fietstocht een gezondere vorm van ontspanning dan boeken lezen of in een bedompte bar te gaan zitten (wat trouwens ook teveel kost).

27 oktober 1986

Met grote droefheid meld ik u dat er vandaag in onze kleine communauteit een dierbare overleden is. Cimberiki (waterrat), het drie maanden oude welpje van Boulboul en Kabwili is onder de wielen van de tractor gesukkeld. Na een muurtje en een papayaboompje heeft Roger nu ook een hondje op zijn kerfstok.

Vandaag is het feestdag in Zare (les 3 Z: Zaire pays, fleuve et argent). Ik neem dus een namiddag vrijaf om mijn brief nog wat aan te vullen, zeker nu Jef niet thuis is.

Morgen begint een serieus werk. In de garage staan twee tractoren te wachten op herstelling, namelijk bij beide een nieuw motorblok installeren. De ene is al een jaar geleden besteld, de andere een maand of wat geleden. Beide zijn nu toegekomen in L'shi. Onze grote vierwiel aangedreven Ford 7600 (nog geen jaar oud en al een nieuw motorblok nodig) kan dus nog klaar zijn vr het zaaien begint. Laat het ons hopen. Nu kan ik mijn nieuwbakken mecaniciens geen halve seconde meer alleen laten. Ik moet erbij zijn als alles gedemonteerd wordt, om nadien de montage van het nieuwe blok in goede banen te kunnen leiden. Lees maar een paternoster op de goede afloop en steek een kaars aan in Ver-Assebroek. Het is eigenlijk zo moeilijk niet. Een tractor is maar een hoop ijzer dat aaneen hangt met bouten. Je moet juist weten welk stuk ijzer op welke plaats hangt en met welke bout. De vraag is nu of we met onze zes sleutels overal bij zullen geraken en of er niet teveel speciale sleutels nodig zijn.

De tweede tractor is voor n het zaaien. Die staat nu al een jaar in de garage, op een maand zal het dus wel niet meer aankomen.

En van de twee tractoren die wel werkt had verleden week ook panne. Mitterand was aan het ploegen bij de zusters van de Kafubu, op een twaalftal kilometer van bij ons. Ik was eens gaan kijken met de moto. Toen ik weer wilde vertrekken viel de tractor stil. Het ontkoppelingsmechanisme was losgekomen. Niet erg. Het is in een halve minuut te herstellen (als je gereedschap hebt) en daarna terug in gang trekken. Dus: met de moto naar huis, gereedschap in de Landcruiser en weg. Ik kom daar toe, leg de LCR stil, herstel de tractor en hang de trekkabel vast. Ik stap in de LCR, draai de contactsleutel om en prt ... prt ... prt ... D'r stonden er nu twee in panne. De dag voordien startte de LCR ook niet, maar dan werkte er helemaal niets van elektriek. Ik heb gezocht van 7 tot 12 uur (een goed uur werk, 's voormiddags continu aan iets doorwerken is onmogelijk) en de oorzaak gevonden. Nu was echter alles normaal, buiten dat hij niet wilde starten. Ik heb er dus nog een auto bij moeten halen om mij in gang te laten trekken, waarna ik de tractor in gang kon trekken. Toestanden!

De mais staat ondertussen al 10 centimeter hoog. We hebben hier een 'zot seizoen'. Het is sedert de statistieken bijgehouden worden (1979) nog nooit gebeurd dat er in oktober al 80 mm regen gevallen is. Pech voor al diegenen die nog geen dak op hun huis gelegd hebben. Vandaag is het opnieuw mooi weer. En dat zal nu waarschijnlijk zo blijven tot half november. Het was dus een voorproefje van het regenseizoen. De warmte is goed draaglijk. Het is hier gewoon elke dag een mooie zomerse dag van 'bij ons in Belgi', behalve als het de ganse dag bewolkt is (dan is het zoals een doodgewone dag van bij ons in Belgi).

Paul

PS Mijn velo staat al met platte band

 

terug - volgende brief