Sambwa, 29 september 1986

 

Hamjambo?

Sasa mitafunda kiswahili, kwa sababu minasema mubaya kabisa. Minataka kusikia ya kusema na bantu, lakini ni nguvu sana. Tena, sina na saa. Lakini, minajaribu.

Dat weet je dus ook weeral. Voor diegenen onder jullie die deze taal niet machtig zijn, ik ben dus Swahili aan 't leren, als ik de tijd vind, maar je kunt na n week geen wonderen verwachten. Als je dus fouten vindt, vergeef het mij, maar laat ze weten. Je kunt onder andere lezen dat ik weinig tijd heb, maar dat ik mijn best doe. Volgens pater Jos spreek ik over zes maanden beter Swahili dan de paters hier (die vooral Kibemba spreken).

Dat ik er zo plots mee begonnen ben, is te wijten aan het voornaamste werk van vorige en deze week. Mitterand (tracteur-chauffeur) werkt voor het moment in Kamakanga, om de velden van de boeren om te ploegen. Op zaterdag 20 september ben ik met de moto naar Kamakanga gereden om de velden op te meten, te controleren en geld te vragen (4.500 Zare per hectare tov. 6.000 vorig jaar). Daar verschillende van die gasten nog minder Frans spreken dan ik, of helemaal niet, moest ik in het gehucht ervoor een animateur oppikken, die voor de vertaling kon zorgen.

Mijn systeem van oppervlakte berekenen is: alle zijden afstappen en de lengte schatten (en ik zal er niet ver naast zitten), de vorm optekenen, indelen in driehoekjes en rechthoekjes en rekenen maar. Jef doet het anders. Hij zet op elke hoek een man en schat de oppervlakte. Ik heb een veld bekeken dat hij "gemeten" heeft en geschat heeft op 140 are. De eigenaar schatte het op 100 are. Bijgevolg moet de sukkelaar nog 1.800 Zaires bijbetalen, waarvoor hij toch 2 maanden moet werken. Ik heb hem gezegd dat ik het veld eens zal komen opmeten met de rolmeter, want ik schat het veld ook eerder op 100 dan op 140 are. Dan maar hopen dat Jef me gelooft. Anders zaag ik tot hij de meter pakt en het zelf opmeet. Er hangt teveel vanaf om er met de klak naartoe te slaan.

Daarna moest ik nog een veld gaan opmeten in Kansato. De weg tussen Kamakanga en Kansato is eigenlijk maar een pad van 20 tot 100 centimeter breed, vol putten en bulten, dat slingert dat het een lieve lust is. Leuk, behalve om erop te rijden met een duozitter. De eigenaar noch zijn veld waren er gekend. We zijn dan nog een eind doorgereden tot het volgende dorp. 't Is te zeggen: tot de brug vr het volgende dorp. Met de moto erover was onmogelijk, zelfs te voet was het om armen en benen te breken. Alle boomstammetjes lagen er wel, maar de ene 50 centimeter hoger dan de andere (en leuningen zijn hier nog niet uitgevonden). In dat dorp was hij echter evenmin gekend.

Die dag heb ik begrepen dat ik zonder de taal te leren onmogelijk mijn werk, zoals k dat zie, zal kunnen uitvoeren. Na 1 week versta ik een paar woorden van wat ze zeggen, de rest raad ik er bij. En uur per dag is mijn gemiddelde leertijd, als ik geen brief schrijf. En het leren uit boeken heeft wel nut, maar het is alsof je mooi Nederlands leert als vreemde en dan op Sint-Gillis of Sint-Anna terecht komt, waar plat Brugs gesproken wordt. Probeer de mensen dan maar eens te verstaan. Toch ben ik vast besloten om zoveel mogelijk het 'beschaafd' Swahili te leren en slechts wanneer het hoogst nodig is het plaatselijke te gebruiken (wat overigens veel simpeler is).

Nu vertrek ik elke morgen rond zes uur naar Kamakanga met de Landcruiser om tractor en ploeg klaar te maken voor een nieuwe werkdag (mazout, olie, vet en in gang trekken). Zowel tractor als chauffeur overnachten ter plaatse. De weg is te lang en te slecht om elke dag met de tractor op en neer te rijden. Ze is 12 kilometer lang en met de Landcruiser haal ik gemiddeld 20 kilometer per uur. Na 2 dagen motorcross volgen er nu dus 2 weken autoralley. Hier zou een mens eigenlijk 5 handen moeten hebben om per auto te rijden: 2 voor het stuur, 1 voor  de versnelling, en 2 om naar iedereen te zwaaien. Vooral de kinderen zijn enthousiast als ze de auto of moto zien. Ze komen aangelopen al roepend: y ... of jambo ... of hal ... De kippen leveren echter het meest problemen. Als ze de auto horen komen, komen ze van 20 meter ver aangelopen om juist als je daar bent over te steken. Echte zelfmoordkiekens. Ik weet niet of ik er al n platgereden heb, maar in vele gevallen zal het niet veel gescheeld hebben. Ik rem wel, maar ik stop niet om de gevolgen te overzien. Voor de honden die komen aanrennen vertik ik het om uit te wijken. De eerste twee dagen, toen ik met de moto was, wilden ze pers hun tanden in mijn kuiten zetten. En sindsdien zit het erop. Moesten die eens platgereden worden, zou ik er niet spijtig om zijn. Gevaar voor overstekend wild is er niet, er is hier in kilometers in het rond geen deftig beest te vinden. Ikzelf heb tot nu toe alleen hagedissen (tientallen per dag), kameleons, ratten, muizen, kakkerlakken en spinnen gezien. Insecten bij de vleet: wespen, krekels, kevers, mieren, allerhande zottigheden die ik onmogelijk bij naam zou kunnen noemen. Er is er n bij, zo'n 3 4 cm lang, die vooral 's avonds en 's nachts op mijn kamer te zien is, en die ik trilobiet noem. Diegenen die nog steentjes geblokt hebben op het boerekot (landbouwfaculteit - nvdr) zullen wel weten dat die trilobiet, samen met de ammoniet (niet die uit de bijbel), n van de veel voorkomende fossielen is. Wel dat beest ziet er net zo uit. En ze kraken fantastisch als je ze plat stampt. Van spinnen zijn er binnenshuis vooral 2 soorten, waarvan n toch een vette 5  6 centimeter groot is (maar heel plat). In de eetzaal zitten er zo'n zestal, verstopt achter de kaders van de bisschop en van Don Bosco. Maar ze bijten niet.

En sprinkhanen. De eerste dag, toen ik met de moto van Kamakanga terugkwam, kwam ik met ntje van een achttal centimeter lang en twee dik in botsing (toch overstekend wild). Die vliegen meer dan ze springen. Heel mooi om ze te zien vliegen trouwens. Er zijn er met rode vleugels, met paarse, gele, groene, ... Maar op het moment dat die kastaar besliste om zich op twee centimeter van mijn dcollet neer te zetten, ben ik er toch even van verschoten. Gelukkig dat er hier niet te veel verkeer is, want om dat beest eraf te krijgen waren enige maneuvers noodzakelijk. Een slang heb ik nog maar n keer gezien (ze was zo'n 80 cm lang) en die was nog rapper weg dan ik. Een schildpad heb ik ook al gevonden, een beestje van een tiental centimeter. Mooie vlinders zie je af en toe. Van vogels zie je vooral mussen, zwaluwen en duiven, maar ook wel enkele die mooier gekleurd zijn. Vandaag heb ik iets zien vliegen dat een papegaai zou kunnen geweest zijn. Arenden (of iets wat erop lijkt) zie je hier dagelijks. Binnen een straal van een honderdtal kilometer zijn te vinden: apen, olifanten, nijlpaarden, krokodillen, maar vooral zwarten (sorry hoor).

De eerste dag met de Landcruiser naar Kamakanga begon goed. Op ieder potje past een dekseltje, maar om dat dekseltje eraf te krijgen heb je hier minstens n sleutel nodig. Je begrijpt wel waar ik naartoe wil. Ik had alles mooi voorbereid: 40 liter diesel, vet, mogelijk gereedschap. Ik kom daar toe gelijk 'een groten', haal alles uit, en dan komt Mitterand, den onnozelaar, de sleutel van zijn brandstoftank vragen. En ik stond daar te blinken. Gelukkig voor mij was hij de dag voordien een bout verloren, waardoor heel de voortrein riskeerde van van zijn tractor te vallen. Hij moest dus toch wachten tot ik terug was. En ik had een uitvlucht moest Jef vragen waarom ik twee keer moest gaan.

Bernard herstelt de ploeg in Kamakanga 

Donderdag ben ik voor het eerst in brandende zon een ploeg gaan vermaken tussen negerhutjes onder een bananenboom, met alle kinderen van heel Kamakanga er rond. De vliegende brigade van Sambwa: Bernard (mijn mecanicien) en ik.

Volgende week donderdag krijg ik er een nieuwe leerling bij. Hopelijk stelt hij even plezante vragen als Bernard, zoals :"Hoe komt het, dat als je in pakweg derde versnelling rijdt, je de ene keer vlug gaat en de andere keer traag?"

Antwoord: "Door op het gaspedaal te duwen." Vergeet niet dat die gast 3 jaar automecaniek gestudeerd heeft. Ik hoop dat den anderen zes jaar universiteit gedaan heeft, dan kunnen we nog meer lachen.

Om op Bernard terug te komen: hij is veel te braaf. Bij ons zouden ze zeggen: 't is een sul van een jongen. Maar heel vriendelijk. Ik had ergens in n of ander door God vergeten gat in de garage zes verroest naalden gevonden en een knop of twee. Toen ik die naalden wat afkuiste kwam hij naast me staan. Ik zei hem: "Voila, alsjeblief" en gaf hem een naald, zo om te zeggen: "wat je hier toch allemaal in een garage tegenkomt". Zijn gezicht fleurde op. Ik heb hem dan maar de vijf andere naalden ook gegeven en de twee knopen er bovenop. Het was alsof ik hem het aards paradijs geschonken had. "Wat zal mijn moeder blij zijn, als ik haar dit geef vanavond", zei hij ergens vanuit de zevende hemel. Later heb ik hem ook nog een broek en een hemd gegeven, versleten door mijn voorganger, samen met een rolletje 'ijzergaren' en twee stevige naalden. En nu loopt hij hier al twee weken met dat kostuum rond, zijn broek opgehouden met een rode schoenveter.

 

2 oktober 1986

Hier is, aan de andere kant van de evenaar, de lente begonnen. Hoewel het nog niet geregend heeft, staan veel bomen al in bloei. Heel mooi. Sommige bomen dragen nog hun roodbruine bladeren, anderen zien al frisgroen, gecombineerd met rode en paarse bloemen. Over een week of twee, drie begint het regenseizoen. Dan wordt het pas mooi, zegt Jos. In vergelijking is het nu maar een woestijn hier. Op sommige plaatsen, een vijftigtal kilometer hier vandaan, is er al onweer geweest. 's Morgens duurt het soms tot 10 uur tot de zon doorbreekt. Dan is het net of ik in Belgi ben, alhoewel het landschap en de weg me snel weer tot de werkelijkheid roepen. 's Middags zie je hier al wolken voorbij drijven. We zouden nu dus een zeer warme periode tegemoet moeten gaan. Voorlopig valt het nog erg mee. Op mijn kamer is het nog altijd rond de dertig graden, maar niet te warm om te slapen.

Met de gezondheid gaat alles goed. De malaria is al lang vergeten. De malariapillen zijn overboord gegooid, ze hebben toch geen nut. Behalve bij een aanval. Ik neem nu al een maand niets meer en ik voel me bijzonder goed. Op mijn droog vel smeer ik niets meer en ik was me nochtans elke dag met zeep. Het is echter nog nooit zo goed gegaan met mijn huid. Vandaag ben ik weer een beetje verbrand, een rozig tintje, niet meer, hoewel ik toch vijf uur rondgelopen heb in de brandende zon. Ik smeer me nooit in en toch heb ik nooit het gevoel gehad verbrand te zijn. Alleen mijn kleur doet me eraan herinneren dat die mogelijkheid bestaat.

 

4 oktober 1986

(antwoord op vragen van het thuisfront)

Zoals ik hiervoor reeds gezegd heb, ik neem geen pillen meer en ik ben ook niet van plan om opnieuw te beginnen, alle huisdokters ten spijt. Ik voel me beter zonder pillen. Alle dagen kinine is nu precies ook niet bevorderlijk voor een goede gezondheid (werkt in op de ogen, de huid en het zenuwstelsel). De pillen die de huisdokter zal bezorgen presseren niet. De paters zelf hebben een tamelijk uitgebreide apotheek. Het dispensarium niet, omdat de mensen hier alles zouden slikken wat ze tegenkomen. En als de ziekte na vijf minuten nog niet voorbij is, zijn ze in staat een ganse pot pillen te slikken.

Ik heb al wat gefotografeerd, maar ik ben pas nu begonnen mijn fototoestel wat meer boven te halen. Ik wilde hier de eerste maand niet te veel de toerist uithangen. Ik probeer nu hier en daar wat van de missie en de omgeving vast te leggen.

Het heeft hier nu al twee maal 'geregend', eenmaal een kwartier om 1 uur 's nachts en n keer 10 minuten om 21 uur 's avonds. De regen was echter "al droog voor ze op de grond kwam", je kon er niet nat van worden.

Paul

terug - volgende brief