Sambwa, 11 september 1986

 

Mwapoleni!

Gegroet. Nog drie dagen en de eerste maand zit erop. Ik moet zeggen, als het zo doorgaat, sta ik binnen de kortste keer weer in Brugge. Want het lijkt me alsof ik hier pas gisteren ben toegekomen.

Piep zei de muis... Mijn kamer heeft een vals plafond, waarboven Jerry zijn territorium gevestigd heeft. Ik denk dat hij voor het ogenblik aan het telefoneren is. Tom bestaat alleen maar in de tekenfilmpjes jammer genoeg.

Ik ben naar Sambwa gekomen om te werken. Over het werk in Sambwa en mijn plaats daarin zal ik proberen iets samenhangends te vertellen, alhoewel het werk moeilijk te omschrijven is.

Officieel heet het hier: 'Centre de Développement Rural Sambwa', maar dat zal wel voor de subsidies van het ABOS (Algemeen Bestuur Ontwikkelings Samenwerking voor niet ingewijden) zijn. Rural is het inderdaad, want Sambwa is een 'gat'. Volgens hen die in L'shi wonen het eind van de wereld. Nochtans ligt Sambwa maar 26 kilometer van de stad af, een klein uur rijden, afhankelijk van het vehikel waarmee je op draai bent. Sambwa ligt op de internationale weg L'shi - Zambia. Eenmaal voorbij Sambwa is de weg praktisch onberijdbaar. Tien kilometer van de weg naar Lubumbashi wordt door ons onderhouden. Per jaar wordt ongeveer 10 centimeter grof zand en grint (op 1 kilometer van hier, uit onze eigen groeve langs de weg) opgevoerd en langs weerskanten van de weg wordt met een schijfploeg een geul gegraven, vóór het regenseizoen. Aangezien het regenseizoen begint midden oktober, zijn we volop bezig. Drie camions per dag, als ze wat doorwerken - de ene keer (vooral als de directeur erbij is) wat voller dan de andere - goed voor zo'n 20 à 25 meter weg.

Voor een groot stuk is de weg maar een viertal meter breed. Om een Toyota Landcruyser, die toch zo'n 4 meter lang is, te draaien op die weg zijn toch enige maneuvers nodig. Gelukkig heb ik er al een paar duizend kilometer rijervaring opzitten, zij het op de paradijselijke wegen van Europa. Dat neemt niet weg dat ik een week of twee geleden vastzat. Mijn achterwielen zaten in de gracht. 't Is te zeggen, ze hingen daar, want de laadbak rustte op de berm aan de overkant van de gracht. Heel praktisch met een achterwielaandrijving. Met zes man duwen. De wielen trokken wel een beetje, maar de bak wilde niet mee, bijgevolg blokkeert de ganse boel en valt de motor stil. Na zo'n halve minuut (het leek wel een uur - zeker 20 godverdommes verder) kreeg ik het lumineus idee de vierwielaandrijving in te schakelen. Gelukkig wist ik hoe het moest. Niet alleen binnen de hendel verzetten, maar uitstappen en wiel per wiel inschakelen. Op een wip was het probleem van de baan. Het schijnt dat père directeur een paar dagen geleden op dezelfde plaats was vastgelopen. Hij heeft er zich laten uittrekken met de traktor die, gelukkig voor hem, voor het eerst in een paar weken precies daar aan het werk ging.

Met de tractor ben ik ook al in de gracht gesukkeld. Maar dat is niet verwonderlijk. Op dinsdag en donderdag is er markt in Sambwa. Dan stroomt het volk toe, te voet of op camions. De camions zijn wel wrakken, maar ze zijn toch nog altijd op zijn minst drie meter breed. Als je er dan, op weg in de andere richting, met een tractor plus aanhangwagen van 6 meter lang en 3 meter breed zo één tegenkomt op een stuk van 4 meter breed, dan begrijp je dat er rare dingen te gebeuren staan. Ik moest dus wel de gracht in. Na 5 minuten sukkelen, vooruit, achteruit... ben ik er 20 meter verder uitgeraakt. De weg was wel kapot door het doorslippen van het achterwiel, 20 meter putten en bulten geschapen, maar ik was er toch uit. Tot zover het intermezzo over de weg.

Bij kaarslicht en klassieke muziek op de wereldomroep ga ik verder over het werk hier. Mission Sambwa is een kortere en juistere naam dan C.D.R.-Sambwa. Het is hier inderdaad een missiepost, evenwel niet gelijkend op de missieposten die je ziet in de films uit de oude doos. Ons huis is een blok, rechthoekig van vorm, 1 beneden- en 1 bovenverdieping, opgetrokken in rode baksteen (ter plaatse gebakken), met golfplaten erop (wat garant staat voor een gezellige warmte). De keuken en de voorraadkamer zijn tegen het huis aangebouwd. Er is een winkel, 4 autobergplaatsen, een deel hokjes, een gebouw waar 4 motoren staan (voor elektriciteit - 1 volstaat voor normaal gebruik), een garagewerkplaats, een schrijnwerkerij, waskot, bierdepot, een hangar (voor maaidorser, camion en camionette), 4 depots, 1 bakkerij, een kot met wisselstukken, 1 grote en 1 heel grote sleufsilo (voor het storten van de mais), 8 zeecontainers voor stockage van mais, soya, ..., het cementkot, mest- en sproeistoffendepot, de molens. Dit alles ligt binnen onze omheining. Er buiten hebben we ongeveer 60 hectare gecultiveerd land, een bananerie, een boomgaard (avocado, citrus, goyave, ...), de "jardin" (enkele hectare geïrrigeerd land waar alle mogelijke groenten gekweekt worden), de boerderij (varkens, legkippen, 'vetkiekens', eenden, af en toe konijnen), het centrum voor de animateurs (pastorale vorming, maar ook onderricht inzake landbouw, voeding, hygiëne), een school (lagere school, meer dan 500 leerlingen), een kerk, de "makumanino" (soort parochiezaal, waar ook de wekelijkse video gedraaid wordt), het huis van de gerant, de bureau's, enkele huizen voor eigen werkvolk, een dispensarium, een voetbalveld, een schommel en nog wel een paar dingen die ik zal vergeten te vermelden, zoals een brug van 26 meter over de Kafubu (breder dan ik dacht) en de waterpompen, annex reservoir bovenop een termietenheuvel van 6 meter hoog. Geen wonder dat elke buitenlander die Lubumbashi aandoet het 'Sambwa-wonder' komt bewonderen. Genoeg volk over de vloer dus, ééndagsvliegen, maar ook paters die een paar dagen komen genieten van de rust op de boerenbuiten en ons werk.

Op de missie zijn meer dan 100 man in dienst (vrouwen meegerekend). De verantwoordelijken ken ik al, de zwarte bedoel ik, niet onze eigen vaste equipe van 5 man.

Marcel Misi is de gerant, werkt in het bureau, regelt de verkoop van onze groenten in stad (elke dinsdag), doet onze aankopen ... Is hij op de missie de hoogste zwarte in rang? Waarschijnlijk, maar dan alleen als de vrouwen buiten beschouwing laat. Bijna alle vrouwen spelen hier de baas over hun man. Het is hier trouwens een streek met matrilineaire familiestructuur (matriarchaat). Marcel is er wel het slechts aan toe van heel de streek. 'Zijn' Monique draagt thuis en in gans het dorp de broek, en aangezien het letterlijk en figuurlijk een gewichtige vrouw is, zal die broek van een buitengewoon formaat moeten zijn.  Monique, de commére van de Shaba, mère bourgemestre, zit gans de dag voor haar huis, fitumbula's (soort beignets) te eten of op suikerriet te kauwen, waarschijnlijk om voldoende energie op te doen om haarzelf te kunnen optillen en een paar minuten recht te blijven. Soms levert ze een nog nooit geziene inspanning om iemand kilometers ver ongezien te volgen om te weten wat hij/zij uitvoert. Monique weet dan ook ALLES! Het schijnt dat er notabelen in het dorp zijn, maar Monique verslaat hen allen. Zij is de enige ware chef.

Verder heb je Crispain - chef van de boerderij (de beesten en hun verzorgers), Augustin (de agronoom '?') - verantwoordelijk voor de groententuin en zijn werkvolk, blijkt gans de dag met zijn handen in zijn zakken rond te lopen (dat zal dan de enige zijn die niet af en toe iets meeneemt), José - de magazijnier, Tshola en Madou in het dispensarium, ...

Diegenen waar ik het meest mee samenwerk zijn: Karambai, de mekanieker die binnenkort op rust gaat; Bernard, 21 jaar, pas toegekomen mekanieker, nog op te leiden; Gabriel, 28 jaar, lasser; Boniface, schrijnwerker (vooral doodskisten); François (Mitterand genoemd), rijdt met de tractor; Simon, bakker en chauffeur; het werkvolk op de velden; de wegarbeiders, ...

Mijn werk bevat specifiek het eigenlijke landbouwwerk, maar is daar niet toe beperkt. Buiten ons 5 is het enkel Simon die met de camion rijdt om de weg te herstellen en met de camionette naar de stad op dinsdag, en Mitterand op 'zijn' tractor. Dat houdt in dat, als er een voertuig nodig is, altijd één van ons 5 vereist is (eigenlijk 4, want pater José (uit Gullegem) rijdt alleen met de moto). Voeren van het werkvolk naar de velden, rijden naar Lubumbashi als dat nodig is (toch op zijn minst 3 maal per week), werken met de tractor ... Op de tractor heb ik al dagen doorgebracht. En aangezien hier verondersteld wordt (vooral door père directeur) dat je als blanke alles kent, wordt niets uitgelegd. De maandagmorgen om 6 uur zegt hij: "neem de Ford 7610 en de grote remorque en doe het werk voort van pater Victor" (die toen op vakantie naar Zambia, naar huis was); De leerperiode bedraagt hier een paar seconden, zolang als je zelf denkt nodig te hebben. En zolang als je met die zeswielige aanhangwagen niet teveel achteruit moet maneuvreren valt het best mee. Of zoals Roger het uitdrukt: "achter de remorque moei nie kieken, dendeen komt oaltied achtere." En gelijk heeft hij, zolang je niet achteruit moet. Al bij al is het veel gemakkelijker een tractor te besturen dan een doodgewone auto. Als je hier aan een jongen vraagt wat hij graag zou willen worden, dan zeggen er zeker 8 op 10 'chauffeur'. Een voertuig kunnen besturen is gewoonweg het einde. Daarom is Europa het paradijs. Daar heeft iedereen een eigen auto, vader, moeder, ieder kind ... alsof de auto's daar aan de bomen groeien. Als je je plaats achter het stuur verlaat, zitten er na 1 seconde al 3 anderen op die plaats. Als je dan weer verder wil, heb je eerst 5 minuten werk om allerhande toestanden af te leggen, ruitenwissers, koplampen, gevaarslichten, ... Met de tractor is het nog erger. Hoewel het eigenlijk niet mag, heb ik Tusia (die de leiding had over de studenten op het veld) met de tractor leren rijden. Een groot probleem is dat die gasten veel te klein zijn voor die dingen. Ze moeten van hun stoel komen om het koppelingspedaal in te duwen. En dat is onbegonnen werk, want als je wil remmen en tezelfdertijd ontkoppelen, dan moet je op 2 plaatsen tegelijk gaan staan. Dat is te gek. En als je dan nog linker- en rechter rempedaal loskoppelt, moeten ze op 3 pedalen tegelijk gaan staan met 2 korte beentjes, helemaal te gek. Als ze dan precies op dat moment nog van versnelling moet veranderen, dan wordt het zo gecompliceerd dat ze zich weer op hun stoel zetten en het beste hopen ... maar helaas. Ik heb het dan maar opgegeven vóór de machine naar de vaantjes zou zijn.

Op het veld werden bomen neergehaald, in stukken gehakt en op de remorque geladen om naar Sambwa te vervoeren (brandhout voor de kookvuurtjes van de animatoren die hier opgeleid worden). De zwaarste stukken worden met de tractor het bos in gesleept, voor de termieten. Ik reed dus met de tractor, hielp met het stapelen, controleerde of alle stronken uitgehaald waren en gaf instructies voor het aanleggen van een weg rondom het veld.

Nu Victor terug is, zet hij het werk daar verder. Ik breng voorlopig het grootste deel van mijn werkuren door in de garage. Over het werk daar zal ik het later wel nog eens hebben.

Mijn malaria is voorbij - ik ben weer kiplekker. Volgens de weegschaal voor het graan ben ik 3 kilogram afgeslankt, hoewel ik hier bijna het dubbele eet van wat ik thuis at. Het zal wel aan de weegschaal liggen.

Mijn portret is af. Ik vind dat het geslaagd genoemd kan worden, zijn 545,6 Bfr (13,5 Euro) zeker waard.

De temperatuur op m'n kamer schommelt tussen de 25°C (om 6 uur 's morgens) en de 30°C (6 uur 's avonds). En regenen doet het hier niet, wel waaien.

Tot binnenkort!

Paul

terug - volgende brief