Sambwa, 20 augustus 1986

 

Yambo ... een heel goeie dag toegewenst!

De eerste week zit er al op ... nog 103 aftellen. De eerste diarree is ook al voorbij, hopelijk volgen er géén 103 andere. Daarmee is gezegd dat voorlopig alles goed gaat met mij.

De overtocht België - Zaïre is goed verlopen. Er werd niets van mijn bagage gestolen dankzij het uitdelen van flinke fooien in Kinshasa: zo'n 1.400 Bfr (een kleine 35 euro), toch een serieus maandloon voor een gemiddelde Zaïrees. Een hotel in Kinshasa voor overnachting, zoals werd beloofd door Sabena, heb ik nooit gezien. Slapen in een zetel in de V.I.P.-lounge (transit-zone), dat kon ... tegen betaling natuurlijk. 's Morgens doorvliegen naar Lubumbashi (L'shi) met Scibe-Zaïre. Het werd een binnenlandse vlucht met enkele luchtzakken, steeds boven de nevel, zodat ik van Zaïre niets heb gezien vanuit de lucht.

de luchthaven van LubumbashiIk was blij toen ik weer met mijn beide voeten op de vaste grond stond, op de internationale luchthaven van L'shi.

Het had meer weg van een strook beton met een stenen barak erbij, te midden van een uitgedroogde boomsavane. Om de haverklap stond een termietenheuvel van minstens 6 meter hoog en 10 meter diameter.

Een paar zwarten wachtten mij op, loodsten me door de douane (mijn bagage is nooit open geweest) en brachten mijn paspoort in orde. Enfin, heel die rompslomp heeft uiteindelijk 2 minuten geduurd.

Buiten stond 'Père Directeur' (pater Jef, mijn baas) om me welkom te heten. Samen met een pater Scheutist uit Kinshasa zijn we naar de procuur van de Salesianen gereden. Die Scheutist had 's morgens een ticket gekregen naar L'shi, maar wist niet wat hij hier kwam doen. Een typisch Zaïrese toestand, vertelde men mij. De Zaïrese wegen liggen erbij alsof er bommen op gevallen zijn. Die wegen zijn waarschijnlijk restanten van vóór de onafhankelijkheid. De verkeerslichten hier werken zelfs nog. Niet dat iemand ooit zou stoppen ... maar ze werken toch.

In de procuur was een echt museumstuk te bewonderen. Een pater met een lang wit kleed, een lange witte baard en nog één ongeveer witte tand. Fantastisch om te zien.

Na de middag zijn we naar Sambwa gereden, over putten en bulten. Een weg wil ik het niet noemen, maar nochtans blijkt het een heel goede te zijn. Kwestie van normen. De Leyland Sherpa bonkte dat we zeker 20 centimeter in de lucht vlogen van onze zetel, zo één keer om de paar seconden. De snelheid varieerde tussen 10 en 60 kilometer per uur, steeds in de vierde versnelling (geen wonder dat de vitessebak al kapot was na 5.000 km - mais on ne critique pas son propre directeur).

Na zo'n uur op en neer vliegen kwamen we aan in Sambwa. Eerste indruk... een stortplaats. Tweede indruk: een vuilhoop. Indruk na een week hier: een oudijzer handel. Niets wordt hier weggesmeten, zelfs geen roeste bout waarvan de draad heel afgesleten is.

6 tractoren hebben ze, 2 draaien er (ze moeten wel in gang getrokken worden met de jeep, die zelf in gang geduwd moet worden). Eén kan er nog vermaakt worden, de 3 andere dienen voor wisselstukken. De maaidorser start gelukkig vanzelf.

Aan de zwarten moet ook getrokken worden om ze aan het werk te krijgen. Maar werken hier is ook verre van plezant. Hier moeten werken in een garage is een ramp. Al wat we hebben aan gereedschap is: een set steek- en ringsleutels waarvan de helft ontbreekt, een hamer ('t is te zeggen een klomp ijzer gesoudeerd op een ijzeren steel), een drietal schroevendraaiers die zo krom zijn dat de vijzen al loskomen van het lachen, 2 doorslagen en een beitel, één vijl die niet vijlt en een platte tang in goede staat. Helaas heb ik die maar één dag kunnen bewonderen. Daarna was ze spoorloos. Nu moeten we ons behelpen met de trektang van de timmerman (die heeft een hamer en een zaag bovendien). Een trektang is een groot woord overigens voor dat stuk versleten ijzer. Je kunt niet half begrijpen hoe blij ik zal zijn als m'n eigen gereedschap hier aan zal komen, als het al zal aankomen... en niet half hoe kwaad ik zal zijn als het al na drie dagen gestolen zal zijn! De vetspuit is hier wel het voornaamste gereedschap. Elke dag te gebruiken op alle voertuigen. Ik heb hier nog niets anders gedaan dan vetnippels losdraaien en kuisen in de petrol.

Sorry, ik heb tevens al 30 hakken en bijlen geslepen met de slijpschijf, leren souderen, kogellagers leren vervangen (ik heb een schijfploeg hersteld), met de jeep en de tractor leren rijden (de moto, de camion en de maaidorser volgen nog), graan gewogen, enzoverder.

Over dat graan een woordje uitleg. Elke dinsdag en donderdag is het hier markt in Sambwa. Dan wordt 's morgens graan gemalen voor de zwarten, honderden, die al van de avond voordien staan aan te schuiven. Malen kost 1,5 Zaïre per kilo. Maar de weegschaal werkt niet heel juist, de ene zet zijn graan erop in een doek, een andere in een loden emmer. Soms is het mais (maalt moeilijk), anders sorghum of millet (maalt gemakkelijker, dus voor ons goedkoper), enz. Je verstaat dat we er dus een slag in moeten slaan. Zeker als je weet dat de kleinste munt hier 5Z is. Er is dan ook veel discussie. Zij in kibemba of kiswahili (wie zal het zeggen), wij in het Vlaams. Er wordt daar nogal ééntje gelachen. Maar wij zijn het sterkst: hebben ze niet genoeg geld, dan vliegen ze buiten. Gelukkig hebben ze per toeval allemaal wel nog 5 of 10 Z zitten in één of andere knoop van één of andere pagne (rok). Het minimum is 10 Z, maar als er dan zo'n kleine pagadder van 3 jaar afkomt met een paar kilo's millet (kanariezaad) en maar 5 Z mee heeft... wat doe je dan hé? Allez, 't is goed, omdat jij het bent.

De meeste tijd kruipt hier wel in het weg- en weer lopen. Hebben de 2 mécaniciens een sleutel nodig, hup: 100 meter gaan om die sleutel te gaan halen (als die er nog is). Hebben ze gedaan, hup: weer 100 meter lopen om die sleutel te gaan wegleggen, anders is ze piepedadda! Hebben ze een boulontje nodig: hup: 100 meter lopen om de sleutel te gaan halen van de 'pièces de rechange' , één van de vele oud-ijzer hopen achter slot, een half uur zoeken om iets te vinden dat erop gelijkt (als je iets vindt mag je blij zijn), de sleutel weer weg doen, enzovoort. Het grootste deel van de dag wordt er hier weg- en weer gelopen, efficiëntie op en top. Je kunt je niet voorstellen hoe gelukkig jullie daar zijn in België als jullie iets nodig hebben. Vijf minuten weg op de fiets en je hebt het. Voilà. Hier heb je 't ook, als je veel geld en veel tijd hebt, best enige maanden. Gelukkig is er nog Zuid-Afrika. Alles wat hier te kopen valt, komt uit Zuid-Afrika, van Weense worstjes over mazout naar SURF WASPOEIER. Als het in Zuid-Afrika slecht wordt, wordt het hier een katastrofe. Hoe de mensen hier overleven, geen mens die het weet. Bovendien lopen ze nog allemaal te lachen en te zingen. Sommigen slagen er zelfs nog in om elke dag op café te zitten. En als je weet dat een fles SIMBA (soort pils) van 75 cl hier 35 Z kost (= één volledig dagloon), dan vraag je je toch af hoe ze het doen. Zat worden zal wel door de plaatselijke alcohol zijn. Er zijn daarmee overigens al enige doden gevallen.

Voor mij gelijken die zwarten allemaal op mekaar. Ik denk dat ik er nog maar een twintigtal ken bij naam, de christelijke naam weliswaar, hun Zaïrese namen zijn gewoon niet te onthouden.

Het weer is hier voor het moment voortreffelijk. Altijd zon van kwart voor zes 's morgens tot kwart na zes 's avonds. Eenmaal de zon onder is, wordt het snel donker. Elektriciteit is er hier van 18.00 uur tot ongeveer 21 uur. En eigenlijk volstaat dat ook wel. Elektriciteit is een luxe die duur betaald wordt. Regenen zal het hier niet doen vóór 15 oktober. Daarna begint het zaaien. Ik 'mag' dan 3 tot 4 weken gaan zaaien, met de tractor en de zaaimachine. Leuk werk schijnt het. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Boterhammen eten terwijl je zaait. Voorlopig kan men hier 's morgens tot een uur of 10 best een pull verdragen. Daarna stijgt de temperatuur tot een gezellige warmte (ik denk zo'n 25 °C). Maar dat begint nu op te lopen tot in december.

Vandaag heb ik mijn eerste 'affiche' gemaakt, voor de film van zondag, een cowboy voor "La vengeance du sheriff". Vorige zondag heeft mijn diarree me (gelukkig) belet 'Rambo 1' te gaan bewonderen, een film die hier al (wegens het grote succes) voor de tweede keer vertoond werd. Als ze maar kloppen. Kloppen doen ze zo te zien zelf ook graag. Gisteren hadden een drietal gewapende soldaten de brug over de Kafubu (de rivier van zo'n 6 meter breed) afgezet. Iedereen die door wilde werd gecontroleerd (en moest betalen). Zeker van één hebben ze zijn geweer afgenomen en even "afgestofd". Ik heb hem een paar keer bloedend voorbij zien lopen, vermoedelijk op zoek naar zijn geweer.

Tot binnenkort

Paul

terug - volgende brief